Eind 2003 kwam minister Verdonk van Vreemdelingenzaken met een nota om het integratiebeleid te vernieuwen. Er moet een verplichte basistoets in eigen land komen voor vrijwillige nieuwkomers, meer eigen verantwoordelijkheid voor het inburgeringstraject en een inburgeringsexamen. Is de inburgering mislukt?
Burgemeester Van Vliet van Amersfoort:
“De inburgering mislukt? Absoluut niet! Als ik kijk naar de allochtone inwoners in Amersfoort, dan heeft slechts een zeer gering percentage problemen. Met een heel groot deel gaat het gewoon goed. Ik ben het niet eens met de minister dat er hardere maatregelen moeten worden genomen. Inburgering is ook een kwestie van tijd.
Burgemeester Groen van Bunschoten:
“Ik ben niet ontevreden over de inburgering in onze gemeente. Op jaarbasis gaat het om zo’n twintig mensen. Tweederde is gezinsvormer of gezinshereniger, eenderde is vluchteling. Ik zie dat circa zeventig procent goed inburgert en aan de slag gaat. Maar een heel klein deel komt in een sociaal traject terecht. Ik denk dat inburgering op lokaal niveau moet gebeuren. In deze gemeente kennen de mensen elkaar en dat maakt uit. Bovendien merk ik dat het NVA er dicht bovenop zit. Ze houden de vinger goed aan de pols en dat geldt ook voor de vrijwilligers hier in de gemeente. Wat ik zie? Kinderen van asielzoekers die net als Nederlandse kinderen de krant rondbrengen. Een asielzoeker die een baan krijgt bij een bedrijf in Amersfoort. Een vluchteling die in eigen dorp een baantje heeft. Dat zijn voorbeelden die mij positief stemmen.”
Burgemeester De Jonge van Woudenberg:
“We hebben in Woudenberg een relatief grote groep Irakezen. Hun inburgering vind ik heel goed gelukt. Dit is een dorp. Mensen kennen elkaar, groeten elkaar, hebben iets met elkaar. De Irakezen hebben zich snel aangepast. Ze spreken doorgaans goed Nederlands. Velen van hen zijn kerkelijk meelevend. Een deel van het succes is overigens te danken aan de Woudenbergers. Dat is een verdraagzaam volkje, gastvrij. Mensen wonen hier naar hun zin, kennen de spelregels en daar houden ze zich aan. Dat geldt ook voor de inburgeraars. Qua openbare orde heb ik werkelijk nog nooit een negatief signaal gehoord. Voor mij is de inburgering in één woord geslaagd!”
Gevolmachtigd minister Adriaens van de Nederlandse Antillen:
“Voor een grote groep Antillianen is inburgeren in de Nederlandse samenleving geen probleem. Maar voor een kleine groep is er tot nu toe te weinig gedaan om ze erbij te halen. Dat zijn Antillianen die met een enorme scholingsachterstand naar Nederland zijn gekomen. Vaak heeft deze minderheid niet meer dan de lagere school waardoor ze de aansluiting missen in deze complexe samenleving. Ik vind dat er voor deze specifieke groep te weinig gedaan wordt. Een gemis is ook dat de Antilliaanse gemeenschap zelf onvoldoende betrokken is en onvoldoende wordt ingeschakeld bij de trajecten die voor moeilijke doelgroepen worden georganiseerd. En dan zie je dat die mensen doelloos op straat lopen. Wat er moet gebeuren? Bijscholing, dat is dé manier om ze erbij te halen.”
Directeur Harchaoui van FORUM:
“Nee, niet mislukt, maar ook niet gelukt. Het inburgeringbeleid heeft gewoon nog niet de kans gekregen om te slagen. We zijn buitengewoon ongeduldig. De Wet inburgering nieuwkomers is pas in 1998 ingegaan en nu worden er alweer nieuwe beleidsinitiatieven genomen, bijvoorbeeld dat mensen in hun eigen land al de taal moeten leren. Ik vind dat contraproductief. Er zijn hier gigantische achterstanden en die moeten eerst worden weggewerkt. Een heleboel mensen moeten de Nederlandse taal nog leren, terwijl alle aandacht uitgaat naar nieuwe immigranten die moeten inburgeren. Ik vind dat een gemiste kans. De essentie van inburgering is dat mensen aan de slag gaan of naar school. Mensen moeten zelfredzaam worden. Ik ben daarom een groot voorstander van duale trajecten. Bovendien leer je de taal veel beter op de werkvloer. Ook in dat opzicht vind ik het niet goed dat er wordt gesproken over het leren van de taal in het land van herkomst. Hier moeten mensen aan de slag, dus hier moet het gebeuren.”
Minister Verdonk van Vreemdelingenzaken:
“Wij zijn het allemaal eens geworden dat de inburgering veel beter kan. Dat moet ook. Van al de mensen die nu in Nederland wonen, zijn maar liefst 350.000 oudkomers nog niet ingeburgerd. Ze spreken onze taal niet voldoende en velen hebben geen werk of volgen geen onderwijs. In het verleden zijn er te weinig eisen aan hen gesteld. Het komt allemaal vanzelf goed, werd er gezegd. Ik onderschrijf de visie van het NVA, dat je mensen het best kunt laten integreren door ze én de taal én een goede opleiding of werk te bieden. Daar ligt ook een rol voor het NVA, inzetten op duale trajecten. Dat kan ik vanuit het rijk alleen maar aanmoedigen. Ik praat daarnaast zelf met grote bedrijven, maar zie vooral ook kansen bij de middenstand in Nederland. Verder besteed ik speciaal aandacht aan allochtone vrouwen die nieuw in Nederland komen. Hoe krijgen we deze vrouwen uit hun huizen en geïntegreerd in onze samenleving? Daar maak ik me druk over. Als ik bij ROC’s kom, zie ik dat daar steeds meer allochtone vrouwen, oudkomers, een opleiding volgen. Dat vind ik belangrijk. Een goede opleiding is het begin van duurzame inburgering.”