Eigen verantwoordelijkheid

 

Zoals het er nu uitziet, treedt in de loop van 2006 de nieuwe Wet inburgering in werking. Deze wet doet een groot beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeraar. Mensen zijn zelf verantwoordelijk om zich aan te melden voor een inburgeringsprogramma. Ze zullen dat programma ook zelf moeten gaan betalen. Ze hebben vijf jaar de tijd om het inburgeringsexamen te halen, ook daarin hebben ze een eigen verantwoordelijkheid. Het is goed dat de inburgeraar, evenals alle andere burgers, een grote verantwoordelijkheid krijgt als het gaat om het verwerven van een plek in de maatschappij.

Vluchtelingen zijn anders

Gert Veerman, beleidsmedewerker gemeente Bunschoten Gert Veerman, beleidsmedewerker gemeente Bunschoten: “2005 was een onzeker jaar. Het integratiebeleid is in beweging. De lijn van de minister is helder maar roept veel onzekerheid op. Wat gaat die nieuwe inburgeringswet zo meteen voor mensen betekenen? Eigen verantwoordelijkheid van inburgeraars staat centraal en dat principe vind ik belangrijk. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van hun leven. Alleen als het echt niet anders kan, moet je als overheid bijspringen.

De overheid is in mijn ogen een schild voor de zwakken. Ik vind daarbij de situatie van vluchtelingen beduidend anders dan die van gezinsvormers en gezinsherenigers. Die laatste groep komt uit eigen keuze hierheen, je mag er vanuit gaan dat zij zichzelf kunnen redden. Ik vind het heel goed dat zij de inburgering eerst in het land van herkomst doen, op eigen kosten. Voor vluchtelingen ligt dit anders. Bij het inburgeren merk je dat zij het vluchtverhaal nog in hun hoofd hebben. Daar moet je niet aan voorbij gaan. Het NVA heeft afgelopen jaar goed werk voor ons gedaan. Behalve de inburgering van nieuwkomers, hebben ze ook buitengewoon goed werk verricht met de inburgering van veertien oudkomers uit onze gemeente. Ik ben bovendien tevreden over hun zakelijke benadering. Ze willen afgerekend worden op werkelijke prestaties. Dat is ook een vorm van een eigen verantwoordelijkheid die mij aanspreekt!”

De IND moet dringend worden doorgelicht

Cees Louwerse, huisarts in de wijk Kruiskamp in Amersfoort Cees Louwerse, huisarts in de wijk Kruiskamp in Amersfoort: “In mijn praktijk heb ik veel allochtone patiënten. Het valt mij op dat zowel nieuwkomers als oudkomers steeds meer beseffen dat inburgeren gewoon nodig is. De taallessen worden serieuzer genomen. Het kabinet wil meer eigen verantwoordelijkheid en dat vind ik op zich prima. Maar het moet wel redelijk zijn. Als je zelf je inburgering moet betalen maar je mag hier niet werken, dan vind ik dat niet redelijk. Als je eerst in Marokko aan alle verplichtingen moet voldoen voordat je in Nederland met een Marokkaanse jongen mag trouwen, dan vind ik dat nogal wat. De theorie is goed, maar de praktijk is natuurlijk weerbarstig. Ik hoop dat het kabinet met de nieuwe wet niet haar barmhartigheid verliest. Ik zie in mijn praktijk schrijnende gevallen van mensen die zonder clementie worden teruggestuurd. Wat dit betreft, denk ik dat de IND nodig moet worden doorgelicht. De inspanningen van de IND zijn ver onder de maat. Als ik hoor hoe vaak er post zoek is, dan vraag ik me serieus af of er soms een vuilnisbak onder de brievenbus staat. Je moet zeer goed gebekt zijn om te krijgen waar je recht op hebt. Waarom niet wat meer tijd nemen om mensen te begrijpen? Dat doe ik als huisarts ook. Een keer extra op huisbezoek, nog eens checken of ik het goed begrepen heb. Dat kost tijd, maar die moeite mag je als Nederlander best nemen.”

Nederland neemt inburgeraars aan de hand mee

Sonja Eberhardt, studente interculturele pedagogiek Sonja Eberhardt, studente interculturele pedagogiek: “In 2005 heb ik enkele maanden onderzoek gedaan bij het NVA. Ik heb de begeleiding van inburgeraars van het NVA in Nederland vergeleken met die in Oldenburg in Duitsland. Heel grote verschillen zijn er niet. Ook in Duitsland moeten mensen taalcursussen volgen en krijgen ze maatschappelijke begeleiding. Het grote verschil is dat die begeleiding niet zo uitgebreid is als in Nederland. Mensen worden in Nederland meer aan de hand meegenomen. Bijvoorbeeld: in Duitsland weet je dat je een taalcursus moet volgen, maar waar je die volgt, moet je zelf regelen. Ik vind die eigen verantwoordelijkheid niet slecht. Ik denk alleen dat het niet geschikt is voor alle migranten. Mensen die geen idee hebben hoe het in Europa werkt, hebben meer hulp nodig. Inmiddels ben ik weer terug in Duitsland en bezig met afstuderen. Ik kijk met plezier terug op mijn periode bij het NVA. Het NVA is goed georganiseerd, iedereen kent iedereen. Wat ik niet snel zal vergeten, zijn de interviews met inburgeraars. Als je aan de universiteit studeert, heb je niet de mogelijkheid om echt met mensen te praten. En uiteindelijk gaat het om de mensen. ”

Nederlanders moeten meer tijd nemen

Wim Jacobs, maatschappelijk werker bij Amant Wim Jacobs, maatschappelijk werker bij Amant: “Als je werkt met allochtonen, moet je eerst de tijd nemen om kennis te maken. Je hebt allebei een andere cultuur en het kost tijd om elkaars gewoonten te leren kennen. Het valt mij op dat Nederlanders die tijd niet nemen. Daardoor ontstaan allerlei communicatieproblemen en lopen inburgeraars tegen problemen aan. Neem de schuldhulpverlening. Mensen moeten zelf alle stukken verzamelen en moeilijke formulieren invullen. Maar als ze de taal niet goed spreken, zijn ze daar helemaal niet toe in staat! Ik vind het belangrijk dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Wat de taal betreft, ben ik consequent. Die moet je gewoon leren, anders blijf je afhankelijk van anderen. Maar tegelijk vind ik dat wij de taak hebben om mensen te begeleiden tot ze die eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Leg uit hoe het hier werkt, bemiddel totdat ze het zelf kunnen. Als iemand bij mij te laat komt, doe ik daar in het begin niet moeilijk over. Ik leg wel uit dat Nederlanders het belangrijk vinden dat je op tijd komt. En aan Nederlanders leg ik uit dat je voor inburgeraars even de tijd moet nemen.”

Soms heb je hulp nodig

Rezai Dastagir, voorzitter van de Afghaanse vereniging Ariana Rezai Dastagir, voorzitter van de Afghaanse vereniging Ariana: “Het is goed als mensen de verantwoordelijkheid krijgen om zich aan te passen aan de Nederlandse maatschappij. Eigen verantwoordelijkheid vind ik positief. Maar als ik kijk naar de Afghaanse mensen in Amersfoort, dan zie ik dat ze met veel problemen kampen. Mensen willen integreren, natuurlijk. Maar ze hebben tegelijk te maken met hun vluchtverhaal, met ziektes, taalproblemen en psychische problemen. Sommige mensen hebben gezinsproblemen omdat bijvoorbeeld hun vrouw nog in Afghanistan is. Als je problemen hebt, kun je niet alles zelf doen. Die eigen verantwoordelijkheid moet daarom geleidelijk worden opgebouwd. Mensen moeten worden geholpen als dat nodig is. Het NVA doet veel voor onze mensen. Ik hoop dat er goede faciliteiten komen als er in Nederland een nieuwe wet komt. Zodat de mensen die hulp nodig hebben, ook die hulp krijgen.”

Integreren is goed, assimileren niet.

Mehmet Senyigit, imam in de Mevlanamoskee Mehmet Senyigit, imam in de Mevlanamoskee: “In 2005 hadden we te maken met het effect van de moord op Theo van Gogh. Dat was een heel moeilijke tijd. We voelden ons niet veilig. De moskee is 45 dagen dag en nacht beschermd. Het positieve effect is dat we veel ondersteuning hebben gekregen va Nederlanders. Er is nu meer dialoog met de kerken, de gemeente, de politie en buurtbewoners. Vooral met de politie hebben we meer binding. Bijna dagelijks hebben we contact met de wijkagent. Ik wil benadrukken dat de islam er fel op tegen is om iemand te vermoorden. Hier in de moskee leren we mensen de islam, met de nadruk op integratie. Als je ervoor kiest om hier te leven, dan moet je in goede mate integreren, zonder verlies van je identiteit als moslim. Ik vind het een goed uitgangspunt dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid hierbij nemen. Maar dat is een proces dat niet van de ene op de andere dag is veranderd. Daar moeten mensen de ruimte voor krijgen. Het NVA kan dat stimuleren via activiteiten en voorlichting. Ik vind het belangrijk dat dit geen ‘moeten’ is, maar vraaggericht. Het moet niet gevoeld worden als druk vanuit het westen. Ik ben nu ruim twee jaar in Nederland. In Turkije had ik het beeld dat Nederland een vrij land is. Nu zie ik dat er wel degelijk strakke lijnen zijn. Die lijnen zijn goed, maar ze mogen niet ten koste gaan van onze identiteit. Integratie is goed, assimilatie niet.”

Verplicht inburgeren is een goede zaak

Meryem Kilic, adviseur Twynstra & Gudde Meryem Kilic, adviseur Twynstra & Gudde: “Afgelopen jaar zijn etnische minderheden geëmancipeerder geworden. Dat is een positief effect van de moord op Theo van Gogh. Mensen realiseerden zich dat ze hier zullen blijven en een plek moeten krijgen in de Nederlandse samenleving. Het gevoel ontstond: wij zijn ook gewoon Nederlanders, wij zijn niet verantwoordelijk voor wat een gek doet. We zijn ook gewoon bezig met huisje, boompje, beestje. Ik vind dat mensen die hier wonen, zich moeten aanpassen aan het land. Verplicht inburgeren vind ik een goede zaak. Ik doe veel onderzoek onder allochtone vrouwen en ik weet dat zij dat ook toejuichen. ‘Nu moet ik wel de deur uit’, zeggen ze. Ze zien het als een kans om zich te ontwikkelen. Verplicht inburgeren moet je echter niet opleggen aan 55-plussers. Die eerste generatie heeft hier keihard gewerkt. Die groep kun je stimuleren, maar verplichten heeft een averechts effect. Sowieso vind ik dat je niet de indruk moet wekken dat allochtonen niet willen integreren. Natuurlijk willen ze dat! Het zou goed zijn als er komende jaren meer wordt geïnvesteerd in allochtone jongeren. Wij hebben goed opgeleide jongeren hard nodig met het oog op de vergrijzing. Maar het huidige onderwijs is zo ingericht dat allochtonen minder goed scoren en makkelijker uitvallen. Het onderwijs moet worden verbeterd, er zijn meer stageplekken nodig. Als je nu niet in jongeren investeert, kun je zo meteen hoogopgeleide mensen uit het buitenland halen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”

Ik ken geen allochtonen

Janny van ’t Hoff (71) uit Bunschoten Janny van ’t Hoff (71) uit Bunschoten: “In mijn woonplaats wonen weinig allochtonen. Ik ben een keer in de stad naar een open dag geweest van een moskee. Dat vond ik heel interessant om eens te gaan kijken. We werden allervriendelijkst ontvangen. Maar verder heb ik nooit contact gehad met allochtonen. Ik lees natuurlijk in de krant over de problemen van allochtonen. Dat het moeilijk is om een baan te vinden omdat werkgevers een Nederlander willen. Ik denk dat het goed is als mensen anoniem kunnen solliciteren. Dan geef je de beste kandidaat een kans. Ik wist niet dat er een nieuwe wet aankomt over inburgeren. Ik denk dat verplicht inburgeren belangrijk is in hun eigen belang. Het is nu eenmaal heel belangrijk om de taal onder de knie te krijgen, anders begin je hier niets. En de praktijk wijst uit dat het inburgeren niet goed gaat zonder die verplichting. Ik heb wel eens gelezen dat er hier te weinig taalcursussen zijn. Als Nederland moet je natuurlijk wel zorgen dat er voldoende aanbod is.”