De aanpak van het NVA

 

Op 1 januari 2007 is de nieuwe Wet Inburgering in werking getreden. Een grote groep inburgeraars kreeg hiermee de verantwoordelijkheid om voor zijn eigen inburgering te gaan zorgen. Tegen het eind van het jaar waaide er vanuit Den Haag een nieuwe wind. De kersverse minister Vogelaar besloot dat er toch een inburgeringsaanbod moet zijn voor alle inburgeraars die daar behoefte aan hebben. De aanpak van het NVA zorgt dat inburgeraars in Amersfoort, Bunschoten en Woudenberg een zelfstandig bestaan kunnen opbouwen.

Eindelijk een eigen plek!

Anu krijgt maatschappelijke begeleiding Anu krijgt maatschappelijke begeleiding – Anu zit in 5 vwo. Acht jaar terug kwam ze met haar moeder en broertje vanuit Mongolië naar Nederland. Haar moeder kan niet voor haar zorgen en via een kindertehuis kwam ze uiteindelijk in een AMA-huis terecht, een woning voor alleenstaande minderjarige asielzoekers. “Dat was prima”, vertelt ze. “Maar als je achttien bent, mag je daar niet meer wonen.” Afgelopen jaar werd Anu achttien en stond ze van de één op de andere dag op eigen benen. NVA-begeleidster Joanne Mulderije helpt haar daarbij. Anu: “We gaan samen naar een kamer of appartement kijken. Ze heeft ook geholpen met het aanvragen van een uitkering.” Want Anu moet nu alles zelf regelen. “Het lastige is dat een heleboel voorzieningen stoppen als je achttien wordt, maar om iets anders aan te kunnen vragen, moet je eerst achttien zijn.”

Haar mobiel staat continu aan voor het geval er ineens een woning bekeken kan worden. “De docenten worden soms boos als ik in de les wordt gebeld maar het kan even niet anders.” Om rond te kunnen komen, heeft ze een baantje als serveerster in de horeca. Door al het gedoe is ze dit jaar blijven zitten. Maar Anu is vast van plan om haar vwo af te maken, ook al weet ze nog niet wat voor vervolgopleiding ze gaat doen. “Ik heb een breed profiel gekozen met natuur en gezondheid zodat alle mogelijkheden open liggen.” Met haar vriendinnen praat ze niet over haar privé-zaken. “Vriendinnen willen niet horen dat je problemen hebt. Dan word je een zeur.” Mooiste moment van het jaar was een bezoek van haar voogd. “Die vertelde dat ik onder de pardonregeling val. Ja, dat was een opluchting.”

Eindelijk werk!

Hashem Hossainy heeft een baan als automonteur Hashem Hossainy heeft een baan als automonteur – Het valt niet mee om als vluchteling werk te vinden in Amersfoort. En heb je werk, dan krijg je te maken met enorm veel gemeentelijke regeltjes en papieren rompslomp. Dat merkt automonteur Hashem Hossainy (37). In 2005 vluchtte hij vanuit Iran met zijn zoon naar Nederland. Hij had een paar jaar een eigen autozaak gehad, tien jaar in de gevangenis gezeten en moest het vak weer in de vingers krijgen. Maar Hashem was en is super - gemotiveerd en ging zelf op zoek naar een baan. “Op internet heb ik honderden adressen van garages in de provincie Utrecht gevonden. Met mijn scooter ben ik ze stuk voor stuk afgegaan.” Tussendoor haalde hij bij de sloop oude auto's om de westerse autotechnieken te leren kennen. Tot hij bij een garage kwam die inderdaad een monteur zocht. Trajectbegeleider Dieter Grenner: “Dat was een gelukje. Het is heel moeilijk om er als monteur tussen te komen. Ik heb contact gelegd met die garage en uiteindelijk is afgesproken dat hij op proef kon komen. Eerst een maand, toen drie maanden, uiteindelijk duurde het een half jaar voor hij een contract kreeg.”

Nu werkt Hashem fulltime bij de garage en maakt heel lange dagen. “Ik ga twee avonden naar school om het vak te leren. Daarnaast leer ik één avond Nederlands.” Als hij 's avonds thuis komt, maakt hij eten voor zijn zoon van veertien en gaat hij studeren. Hij haalt heel hoge cijfers en dat houdt hem op de been. Want naast zijn baan en opleiding is hij veel tijd kwijt aan de bureaucratie.“Het wordt mensen in Nederland ontmoedigd om een baan te hebben. Door mijn inkomen heb ik geen recht meer op bijvoorbeeld huursubsidie. Wat ik aan de ene kant binnenkrijg, moet ik aan de andere kant betalen. Elke maand heb ik tekort.” Dieter knikt. “Het is voor hem heel lastig. Het ene loket zegt dat Hashem als eenoudergezin kwijtschelding krijgt van de gemeentelijke belastingen, maar bij het andere gemeentelijke loket ontkennen ze dat. Hij moet regelmatig vrij nemen om deze en andere zaken uit te zoeken.” Inmiddels heeft hij de gemeentelijke belastingen teruggekregen. Hashem: “Maar daarvoor ben ik zeker tien keer naar het gemeentehuis geweest.”

Eindelijk inburgeren!

Fatma Tekin volgt een taalcursus Fatma Tekin volgt een taalcursus – Ze heeft vier volwassen dochters met een universitaire opleiding. Maar zelf is Fatma Tekin (55) nauwelijks naar school geweest. Tot ze anderhalf jaar terug een Turkse vriendin ontmoette op een feestje in de Drietand, een buurtcentrum voor ouderen in de Amersfoortse wijk Kruiskamp. Die vriendin bleek deel te hebben genomen aan een taalcursus met oudere Turkse en Marokkaanse vrouwen. Fatma: “Ik zat altijd thuis, had veel gezondheidsklachten. Hoofdpijn, gespannen spieren. Ik dacht: als ik naar les ga, leer ik de taal maar heb ik ook contact met andere mensen.” En zo pakte het uit. Twee ochtenden per week gaat Fatma naar de taalcursus in de Drietand, samen met zeven Turkse en twee Marokkaanse oudere vrouwen. Nederlands verstaat ze inmiddels prima, het praten is lastig maar gaat steeds beter. “Deze cursus is heel mooi voor mij. Ik leer schrijven, lezen, praten, lange zinnen maken. Ik voel me hier thuis.” Dertig jaar terug kwam Fatma naar Nederland. Ze is meteen gaan werken, in een omgeving met veel Turkse vrouwen.

“De noodzaak om Nederlands te leren was er niet”, legt NVAbegeleidster Rahime uit. Rahime zette de cursus op na een vraag vanuit de Drietand of het NVA taallessen kon organiseren voor oudere allochtone vrouwen. “Ik ben trots op deze groep. Alle vrouwen zijn zo gemotiveerd. De cursus helpt hen om uit hun isolement te komen. Ze leren elkaar kennen, gaan bij elkaar op bezoek.” Fatma gaat naast deze taalcursus inmiddels ook naar gymnastiek, op advies van haar huisarts. “Dat helpt beter tegen gespannen spieren dan medicijnen”, vertelt ze. Ze wil graag computerlessen gaan volgen. “Mijn familie woont in Turkije maar telefoneren is duur. Als ik met de computer kan omgaan, kan ik mailen en msn'en.” Haar dochters stimuleren hun moeder om cursussen te volgen. “Ga ermee verder, zeggen ze tegen mij. Je moet dóórgaan.”

Eindelijk Nederlands!

Hasan Ogan spreekt Nederlands Hasan Ogan spreekt Nederlands – Zestien jaar woont Hasan Ogan (41) in Nederland en in 2007 volgde hij voor het eerst een cursus Nederlands. In de moskee, samen met tien andere mannen van Turkse komaf. Twee avonden per week, bijna drie uur per avond, verdiepte hij zich in het Nederlands. “Nederlands leren is moeilijk, maar leven in Nederland zonder dat je de taal spreekt, is nog moeilijker. Je hebt de taal nodig op je werk, op de school van de kinderen, overal.” Hasan woont met zijn vrouw en drie opgroeiende dochters in Amersfoort, in één van de 'wijken van minister Vogelaar'. Toen hij naar Nederland kwam, is hij vrijwel meteen gaan werken. “Op straat zeiden wij tegen elkaar: wij hebben geen problemen, wij kunnen ons prima redden zonder het Nederlands.” Inmiddels raadt hij de cursus aan iedereen aan en wil hij niets liever dan verder leren. “Ik wil nog beter Nederlands leren praten en goede brieven kunnen schrijven. Ik wil ook meer leren over de geschiedenis van Nederland en de gewoonten.” Want dat is het bijzondere van deze cursus, knikt de docent Mustafa Kocaer. “Elke avond is een stukje kennismaken met de Nederlandse samenleving.”

Mustafa geeft de elf cursisten persoonlijke begeleiding. “In zo'n groep moet je maatwerk leveren. Ze verschillen qua opleiding, leeftijd, taalniveau, levenservaring. Ik gebruik de methode als leidraad maar ik maak ook zelf materiaal. We hebben bijvoorbeeld geoefend met het schrijven van een brief om een telefoonabonnement op te zeggen. Maar we praten ook over het omgaan met pubers.” Mustafa legt de grammatica uit in het Turks. Maar dat is niet de enige meerwaarde van een Turkse docent, vindt hij. “Ik heb hetzelfde meegemaakt als Hasan en ben een voorbeeld voor hen. Ik geef nu les op een middelbare school in Utrecht.” Hasan: “Sinds deze cursus ben ik anders gaan denken. Ik hoef ook niet meer aan mijn vrouw te vragen om het woord te voeren. En ik voel me beter begrepen op mijn werk. Vroeger liep ik een blokje om als ik een Nederlandse collega tegenkwam, nu praat ik met iedereen.” Laatst was de wc stuk op zijn werk. Zijn Nederlandse collega wilde een briefje ophangen maar wist niet of 'defect' met een c of k was. “Met een c natuurlijk”, zegt Hasan. Grijnzend: “Ze weten niet eens wat het kofschip is.”