Het NVA pakt door!

 

Is het moeilijk om cliënten te werven? Een algemene uitnodiging naar het hele adressenbestand sturen, werkt niet. We zijn als NVA bewust overgeschakeld op een persoonlijke en gerichte manier van werven. U vindt ons in het ROC, in de moskee, in buurtcentra en op schoolpleinen. Op deze manier kunnen we mensen persoonlijk aanspreken, ons aanbod voorleggen en hen vervolgens begeleiden bij een goede inburgering.

Ik wil een Nederlands paspoort

Mustafa (rechts) is projectleider bij het NVA, Amri is cliënt. In 2008 biedt het NVA inburgeringsplichtigen een persoonlijk aanbod.

Amri: “Ik woon sinds 1982 in Nederland. Ik ben geboren in Algerije. Ik kan geen Nederlands paspoort krijgen. Daarvoor moet ik eerst het inburgeringsexamen halen.”

Mustafa: “Het NVA heeft Amri een aanbod gedaan. Wij regelen alles, we betalen de school en het examen. We betalen ook de reiskosten naar Utrecht waar het examen wordt afgenomen.”

Amri: “Ik krijg binnenkort een toets om te bepalen hoeveel uur les ik nog moet krijgen.”

Mustafa: “Ik vind het belangrijk dat we het niet hebben over 'moeten' maar over 'mogelijkheden'. We kijken waar de kansen liggen.”

Amri: “Maar het is wel verplicht, dat examen. Ik vind dat geen probleem, maar ik ken ook mensen die zeggen: al die jaren gebeurt er niets en nu moet ik ineens examen doen. Of mensen die het nooit zullen halen.”

Mustafa: “We begeleiden iedereen op een andere manier. We hebben bijvoorbeeld voor analfabeten een ander traject.”

Amri: “Ik ben blij met deze service van het NVA. Ik doe dit ook voor mijn kinderen. Ik wil dat zij Nederlands zijn.”

Mustafa: “Jij bent al aardig ingeburgerd. Je haalt het examen wel.”

Amri: “Ik heb een certificaat van de gemeente maar dat is niet geldig.”

Mustafa: “Als het niveau onvoldoende is, telt het niet.”

Amri: “Als ik het examen gehaald heb, ga ik een Nederlands paspoort halen.”

Mustafa: “Dat is het grote voordeel, dan kun je naturaliseren.”

Amri: “En dan ben ik van al dat papiergedoe af.”

Ik ben nu helemaal zelfstandig

Rahime (rechts) is trajectbegeleider bij het NVA, Nahide is cliënte. In 2008 heeft het NVA de werving persoonlijker aangepakt.

Nahide: “Ik woon 32 jaar in Nederland. In al die jaren heb ik slechts acht maanden een taalcursus gevolgd.”

Rahime: “Ik ken Nahide uit mijn eigen buurt. Ik spreek haar wel eens en wist dat ze de taal beter wilde leren.”

Nahide: “Ik heb mijzelf Nederlands geleerd, puur op gehoor. In de tijd dat ik vanuit Turkije naar Nederland kwam, waren er geen taalcursussen. Die kwamen pas later. Maar toen had ik het te druk met mijn werk en de kinderen om een cursus te volgen.”

Rahime: “Ik heb Nahide persoonlijk aangesproken en een taaltraject aangeboden vanuit het NVA. Dat wilde ze wel, ja. Ik heb contact gelegd met het ROC. Het ROC heeft Nahide opgeroepen voor een taaltoets, om het exacte niveau te kunnen bepalen.”

Nahide: “Waarom nu? Ik werk bij een bedrijf in Amersfoort. Ik kan me prima verstaanbaar maken, maar ik wil de woorden in de goede volgorde kunnen zetten. En ik wil korte briefjes kunnen schrijven, bijvoorbeeld aan mijn leidinggevende bij de overdracht van het werk.”

Rahime: “Ik merk dat veel oudkomers een verkeerd beeld hebben van inburgering. Alsof het een systeem is om allochtonen in een Nederlands keurslijf te dwingen. Maar als je de taal goed spreekt, krijg je meer levenskwaliteit.”

Nahide: “Ik zie om me heen dat vrouwen thuis blijven zitten. Daar kan ik heel boos om worden. Zo blijf je afhankelijk van je man en kinderen. Ik ben nu helemaal zelfstandig.”

Ik ben toch gesetteld?

Fatima en Jane zijn administratief medewerker bij het NVA In 2008 heeft het NVA ruim vierhonderd oudkomers aangeschreven.

Fatima: “In 2008 hebben we ruim vierhonderd oudkomers actief uitgenodigd voor een informatief gesprek.”

Jane: “Dat was niet vrijblijvend, ze zijn verplicht om te komen.”

Fatima: “Doel van deze actie is om alle potentiële inburgeraars uit het BPI, het bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen, te spreken. Alle gegevens verwerken we in het Informatiesysteem Inburgering, het ISI”.

Jane: “Zeventig procent heeft gereageerd en een afspraak gemaakt. Met al die mensen hebben we een individueel gesprek gevoerd. Om te weten of ze volgens de wet inburgeringsplichtig zijn.”

Fatima: “Zo'n gesprek duurt een kwartier. We leggen eerst uit wat de wet inhoudt. Vervolgens bepalen we of iemand vrijgesteld kan worden of verplicht is om in te burgeren.”

Jane: “Er zijn ook mensen die hier zijn met een tijdelijk doel, bijvoorbeeld kennismigranten. Die zijn niet inburgeringsplichtig en kunnen ook geen aanbod van ons krijgen.”

Fatima: “Veel mensen reageren gefrustreerd. Ze zeggen: 'ik woon hier al dertig jaar en de regering heeft nog nooit naar mij omgekeken'.”

Jane: “Of ze spreken vloeiend Nederlands, zijn gesetteld en begrijpen niet dat ze toch inburgeringsplichtig zijn.”

Fatima: “Die frustraties kunnen wij ons heel goed voorstellen. Maar als ze niet de juiste documenten hebben, zijn ze volgens de wet toch inburgeringsplichtig.”

Jane: “Soms kiezen ze er dan voor om een aanbod van het NVA te accepteren. Daarmee worden ze goed voorbereid op het inburgeringsexamen.”