2009 is het jaar van de cijfers. De gemeente wil dat zoveel mogelijk mensen een inburgeringstraject volgen. Het NVA steekt daarom veel tijd en energie in het werven en motiveren van inburgeraars. En met succes: eind 2009 hebben we onze targets gehaald, de mensen zijn binnen. En nu de inhoud. Want hoe zorgen we ervoor dat deze mensen duurzaam inburgeren?
Izabella Gergely en Peter Galjart runnen als vrijwilliger het inloopspreekuur. Izabella heeft een baan als maatschappelijk werker in de psychiatrie, Peter is gepensioneerd huisarts.
Izabella: “Waarom ik dit vrijwilligerswerk doe? Ik kom zelf uit Roemenië, ik heb het hele inburgeringstraject persoonlijk meegemaakt. Ik heb iets met de mensen die bij het NVA komen. Ik wil ze helpen.”
Peter: “Ik ben gepensioneerd en ik vind het leuk om iets te doen te hebben. Ik ben veel genuanceerder gaan denken over inburgeraars. Natuurlijk zijn er mensen die er de kantjes vanaf lopen, maar daar had ik als huisarts ook mee te maken.”
Izabella: “Het NVA is een leuke organisatie om te werken. Ik heb hier eerst stage gelopen. De begeleiding is goed. De cultuur spreekt me aan, er is veel respect. Je bent hier echt om de belangen van cliënten te behartigen.”
Peter: “En het werk is afwisselend. Mensen komen om hun pasjes te laten verlengen, voor uitleg van hun post of voor bemiddeling naar een instantie. De ene week zit het spreekuur helemaal vol, de andere week kunnen we om drie uur naar huis.”
Izabella: “Het zijn mensen die hulp nodig hebben. Maar niet voor eeuwig. Ik stimuleer ze om zaken zelf te doen. Ze bellen bijvoorbeeld zelf naar een instantie terwijl ik erbij ben. De volgende keer kunnen ze het dan zelf.”
Peter: “Zo geef je mensen zelfvertrouwen. Dat is net zo belangrijk als het directe probleem oplossen.”
Izabella: “Ik vind het goed dat er eisen worden gesteld aan de inburgering. Dat mensen de taal moeten leren.”
Peter: “Mee eens. Maar het is niet goed dat het politieke klimaat in ons land verandert. Stel dat de PVV de grootste partij wordt? Dat is eng. Ik zie hier op het spreekuur mensen die waardevol zijn voor ons land.”
Samira Ahmiane (21) en Rron Nushi (17) hebben in 2009 meegedaan aan het jongerenproject DEEP: dialoog, emancipatie, educatie en participatie. En dat is goed bevallen.
Samira: “Waarom ik aan het project heb meegedaan? Ik studeer maatschappelijk werk en dienstverlening. Ik heb in het project allerlei competenties ontwikkeld en die zet ik nu op mijn cv.”
Rron: “Het leek me wel interessant, zo'n jongerenproject. Hoe het werkt met al die jongeren bij elkaar. Daarom heb ik meegedaan.”
Samira: “Het was een leuk project. We waren met veel verschillende jongeren: qua leeftijd en opleiding. En toch hadden we heel goede gesprekken met elkaar. Er was veel respect.”
Rron: “Vooral het thema cultuurkloof en de manieren om die te dichten, vond ik interessant.”
Samira: “Ik zal niet snel de discussie vergeten over seksualiteit. Er waren zoveel meningsverschillen.”
Rron: “Het leukste moment? Toen we bezig waren met het voorbereiden van een presentatie. Tussendoor hebben we pizza's en patat gehaald. Dat vond ik leuk, dan leer je elkaar beter kennen.”
Samira: “Ik ga de training nu zelf geven. Eerst krijg ik van het NVA een opleiding en dan ga ik beginnen. Ik vind het leuk dat ik iets voor andere jongeren kan doen. Ik wil later ook wel gaan werken met jongeren, bij Bureau Jeugdzorg bijvoorbeeld. Daar sluit deze ervaring mooi bij aan.”
Rron: “Nee, ik ga er niet mee verder. Ik zit nu in 6VWO en volgend jaar ga ik Global Politics studeren. Dan ga ik op kamers wonen en zal ik niet vaak meer in Amersfoort zijn.”
Omar Benali heeft in 2009 de emancipatiegroep voor Marokkaanse mannen begeleid. Zestien mannen, allemaal vaders, hebben deelgenomen aan de cursus. Wat vinden de mannen van emancipatie?
Omar: “Emancipatie is voor hen een vaag begrip. Dat is toch iets voor vrouwen, werd wel gezegd. Ik heb uitgelegd dat dit niet zo is. Sterker nog, de emancipatie van de vrouw is afhankelijk van die van de man. Emancipatie gaat bovendien ook over burgerschap, over meedoen aan deze samenleving. Dat was de boodschap van de cursus: doe iets! Je bent burger in deze samenleving, doe mee en lever er zelf een bijdrage aan.”
Omar: “In eerste instantie was er vooral grote behoefte aan informatie, bijvoorbeeld over wat er in de grondwet staat en over je rechten en plichten als burger in Nederland. Ik heb uitgelegd dat de gelijkheid van man en vrouw een beginsel is van deze samenleving. We hebben erover gesproken dat een kind recht heeft op goed onderwijs. Maar dat het ook je plicht is als ouders om mee te helpen op school, om dat goede onderwijs in stand te houden. Die boodschap komt zeker aan. O, dus daarom gaat dat zo, is dan de reactie.”
Omar: “De discussie over de rechten van het kind zal ik niet snel vergeten. Veel mannen kenden dat helemaal niet. Ik heb uitgelegd dat er in Nederland instanties zijn om die rechten te beschermen, zoals Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming. Ook dat wisten ze niet. De impact van zo'n traject is groot, daarvan ben ik overtuigd. Aan het eind hebben de deelnemers het NVA erg bedankt voor de cursus. Dat zegt voor mij genoeg, het is een uniek traject.”
Job krijgt iedere week taalles aan huis van NVA-vrijwilliger Iede. Job heeft een jaar terug een niertransplantatie gehad en kan moeilijk het huis uit. Hij traint voor het inburgeringsexamen.
Job: “Ik spreek wel Nederlands, maar het schrijven is moeilijk. Daar helpt Iede mij mee.”
Iede: “We oefenen iedere week zo'n anderhalf uur. Ik heb onregelmatige werktijden en per week kijken we wanneer het mij het beste uitkomt.”
Job: “Wat we doen? We praten met elkaar, ik lees voor uit het lesboek om mijn uitspraak te oefenen. En we oefenen het schrijven.”
Iede: “Het was lastig om een goede lesmethode te vinden. De methodes die qua schrijven op het basisniveau van Job aansluiten, zijn kinderachtig, niet geschikt voor een volwassen man. Via het NVA heb ik nu een lesboek gevonden waar we allebei tevreden over zijn.”
Job: “Ik train voor het inburgeringsexamen. Daarom oefenen we op het ogenblik veel met de computer. Via internet kun je je goed voorbereiden op het examen.”
Iede: “Waarom ik dit vrijwilligerswerk doe? Ik heb vroeger ontwikkelingswerk gedaan. Nu werk ik in Nederland maar ik mis de interculturele contacten.”
Job: “Deze taallessen aan huis zijn heel goed voor mensen die moeilijk hun huis uit komen. Het NVA regelt dit voor mij, gratis.”
Iede: “Het is een goede oplossing voor Job. In het begin was hij zo ziek dat hij alleen maar op de bank kon zitten. Nu loopt hij al door het huis.”
Job: “Misschien dat ik later de lessen op school kan volgen.”
Iede: “Op school krijg je les van professionele leraren. Dat zou heel goed zijn.”