Hoe bereik je mensen die niet uit zichzelf aan inburgeren denken? Terugkijkend op 2010 was dat voor het NVA een belangrijke vraag. Inmiddels hebben we ook een antwoord: werving in de meest brede zin van het woord werkt het beste. Zo kwamen we via onze ambassadeurs in contact met de buurtvaders in Amersfoort. We hebben ze benaderd met de vraag of ze het inburgeringstraject willen aanbevelen. En wat levert het op? Dat is een terechte vraag die de gemeente, de inburgeraars en natuurlijk ook wij onszelf regelmatig stellen.
Thanh Nguyen (49), voorvrouw Packfors: “Ik heb dertig jaar terug een taalcursus gevolgd, maar daar heb ik niet veel geleerd. Daarom heb ik nu meegedaan aan de cursus Nederlands op mijn werk.”
Diego Berghuis (28), afdelingshoofd Packfors: “De cursus wordt onder werktijd gegeven. Het is werkgericht, je leert er woorden die je in je werk nodig hebt.”
Thanh: “Ik heb veel geleerd. Ik ken nu ook meer Nederlandse woorden. Vooral moeilijke woorden die je niet vaak gebruikt.”
Diego: “Er hebben veel werknemers van mijn afdeling meegedaan aan de cursus. Ze gingen er met veel plezier naartoe. Je merkt dat ze zich zelfverzekerder voelen. Het gevoel van: 'hé, ik kan dit leren!'”
Thanh: “De belangrijkste opbrengst is dat mijn uitspraak verbeterd is.”
Diego: “Dat zie je als jij het werk uitlegt. De medewerkers begrijpen jou nu beter.”
Cécile Oranje, docent inburgeringscursus: “De cursisten komen als beginner binnen. Ik leer ze de taal en kennis van de maatschappij, maar ik vind het ook belangrijk dat ze onderling inburgeren. Dat mensen met verschillende nationaliteiten elkaar beter leren kennen. En dat gebeurt ook. Ze raken met elkaar in gesprek, ze leren nieuwe mensen kennen, ze leren elkaars cultuur kennen. Inburgeringscursussen zijn belangrijk omdat er mensen in Nederland zijn die in een isolement leven. De verplichte inburgeringscursussen halen ze uit dat isolement. Je ziet dat de cursus ook zelfvertrouwen geeft. Zo zei een cursist laatst tegen mij: 'Ik kan nu alleen naar de dokter'. Dat is prachtig om te zien.”
Hatice Dogan (34): “Ik woon sinds mijn zestiende in Nederland. Ik doe schoonmaakwerk. Mijn droom is om door te leren, ik wil een mbo-opleiding gaan doen en daarna een goede baan vinden. Maar daarvoor moet ik eerst de taal beter leren, ik wil perfect Nederlands kunnen spreken. Ik heb vier jaar terug niveau 2 gehaald maar dat is niet genoeg om een opleiding te volgen, nu train ik voor het staatsexamen. Ik krijg les met een koptelefoon en oefen vooral mijn spreekvaardigheid. Dat doe ik twee keer per week, daarnaast volg ik een kapperscursus. Thuis kijk ik veel Nederlandse televisie, daar leer ik ook van.”
Perihan Cengiz (54): “Het is een leuke cursus, gezellig. Ik leer veel.”
Fazilet Ozcan (60): “We leren lezen en schrijven. 'Jas uit, jas aan', 'koekje erbij'.”
Perihan: “Of: 'ik ben ziek, ik moet naar de dokter'.”
Fazilet: “Ik wil meer contact met Nederlanders. Ik hou van contact met mensen.”
Perihan: “Ik versta nu Nederlands, maar ik spreek het nog niet goed.”
Fazilet: “Thuis kijk ik televisie, voetbal, Ajax natuurlijk.”
Ali Kaddouri (47) “Ik heb dertig jaar bij DHL gewerkt en ben mijn baan verloren. Ik kan redelijk Nederlands spreken en lezen, alleen het schrijven is moeilijk. Via het NVA volg ik met mijn oud-collega's een taaltraining. We komen twee keer per week bij elkaar. We krijgen dictees, we leren meer over de grammatica. Ik schrijf nu zelf mijn sollicitatiebrieven, met een beetje hulp van mijn dochter. Ik ben op zoek naar een baan in de logistiek, in het magazijn. Vroeger kon ik niet zonder schrijffouten schrijven, nu schrijf ik zelfs moeilijke woorden zonder schrijffouten.”
Hassan Elyousfi, ambassadeur NVA: “Wij organiseren thema-avonden over inburgering. Op zo'n avond komen zeventig mensen en de helft heeft moeite met de taal. Ze redden zich wel in het dagelijks leven, maar iets ingewikkelds uitleggen of een formulier invullen lukt niet. Ik ben ambassadeur geworden omdat ik mensen wil helpen om zich thuis te voelen in Nederland. Dan is het belangrijk om de taal te leren. Ik vertel dat je via het NVA je inburgeringsdiploma kunt halen. Grijp die kans, denk ik dan. Investeer in de toekomst, van jezelf en van je kinderen. Dit is ook ons land. Creëer er een plek, een positie. De meeste Marokkanen voelen zich onder aan de ladder staan. Ze hebben het gevoel dat ze niet welkom zijn. Ons imago is een groot probleem. Deels klopt het beeld: er zijn Marokkaanse jongeren die problemen veroorzaken. Maar die jongeren moet je helpen, niet straffen. Ik heb dertien jaar in de jeugdhulpverlening gewerkt en geloof me, die jongeren zijn er niet trots op dat ze in aanraking zijn gekomen met de politie. Ze hebben ouders die een lage maatschappelijke positie hebben, die de taal niet spreken, ouders waar ze zich niet mee kunnen identificeren. Dat is het probleem en daarom vind ik een taaltraining zo belangrijk.”
Susana Contreras, thuiszorgmedewerkster: “Ik ben aan het trainen voor het Staatsexamen II. Ik heb met behulp van het NVA Staatsexamen I gehaald. Het NVA heeft mij ook geholpen om mijn diploma te herwaarderen. Ik woon 2,5 jaar in Nederland. Ik wil een hbo-opleiding gaan volgen in de verpleging. Het leren van de taal heeft mij veranderd. Ik ben veel zelfstandiger geworden, ik kan nu gewoon naar een winkel, ik kan goed communiceren met andere mensen, ik kan mijn zoon naar school brengen en vragen hoe het met hem gaat, ik voel me veilig. Ik was altijd bang dat ik niet kon uitleggen wat ik bedoelde. Maar ik voel me nog niet 100% geïntegreerd. Ik wil de taal vloeiend kunnen spreken, maar dat moet ik zelf doen. Ik werk in de thuiszorg en praat veel met ouderen. Ik doe ook veel vrijwilligerswerk. Dat helpt.”